Belgisch bier is iconisch, wereldberoemd, veelzijdig en heerlijk. De biercultuur is als internationaal erfgoed beschermd door de VN en het brouwersgilde behoort tot de oudste beroepsgroepen ter wereld, opgericht in 1385.

Bierland België kent een grote verscheidenheid aan bierstijlen. Maar welke stijlen zijn dat en wat is daar kenmerkend aan? Hier leg ik de belangrijkste bierstijlen uit België uit, inclusief stijliconen die je geproefd moet hebben.

Lees ook:

Belgische bierstijlen

Bier en bierstijlen evolueren voortdurend, maar in België staan de bierstijlen inmiddels behoorlijk vast, een kenmerk van een traditioneel bierland. Deze stijlen zijn allemaal bovengistend, een term als Belgian Ale als biersoort zegt daarom niet zo veel, want dat zijn alle Belgische biersoorten: bovengistend bier uit België.

Ondergistend bier (lager, pils) domineert ook in België (nog) het bierlandschap, maar traditioneel Belgisch is het niet en Belgen zijn niet wereldberoemd geworden door deze bieren.

Vandaag kijken we dus echt naar de verschillende stijlen die in België zijn ontstaan.

Belgisch trappistenbier

Trappistenbier is geen bierstijl. Zo, dat hebben we gehad. Dit misverstand is behoorlijk hardnekkig, daarom begin ik er maar mee. Begrijpelijk is het wel, er zijn namelijk wel veel monniken die bier brouwen in België: zes van de totaal twaalf wereldwijd erkende trappistenbrouwerijen komen uit België.

Trappistenbier zegt iets over de herkomst van het bier - bijvoorbeeld dat het gebrouwen in binnen de muren van een klooster - en niets over de bierstijl. Belgisch abdijbier is overigens ook geen biertype of -stijl.

Lees meer:

Belgisch blond

6,3%-7,9% | 15-30 IBU | 8-14 EBC

De meeste bierliefhebbers denken bij het woord 'blond' niet aan een haarkleur. Blond is een zeer populaire bierstijl, want het is drinkbaar, smaakvol en toegankelijk tegelijk. Het is een lichtgekleurd bier, hoogstens goudkleurig. Een beetje moutig, iets zoetig, licht bitter zonder al te veel hoppige aroma’s. Het is zoals gezegd bovengistend en deze gist geeft enige fruitige (esters) en kruidige (fenolen) toetsen. Het alcoholpercentage ligt bij de Belgische versies boven de 6% en blijven nagenoeg altijd onder de 8%. 

Stijliconen: Affligem Blond (ook verkrijgbaar: Affligem op The SUB), Leffe Bond, St. Feuillien Blond (ook verkrijgbaar: St. Feuillien op The SUB)

Speciale Belge (Belgian Pale Ale)

4,1%-6.3% | 20-30 IBU | 12-24 EBC

Amber, dat is de kleur van dit bier. Ooit uitgevonden als Belgische tegenhanger van het snel opkomende pils, tegenwoordig wordt deze bierstijl vooral ingehaald door de vele moderne, op Amerikaanse wijze gehopte pale ale’s. Karakteristiek voor de Speciale Belge is juist een mild, bloemig hoparoma. De mout levert subtiele toetsen van karamel en/of toast. Een niet heel intens bier, het moet namelijk ook makkelijk drinkbaar zijn.

Dat het zich in het verdoemhoekje bevindt bewijst stijlicoon De Koninck. Op een gegeven moment kreeg het de toevoeging APA (Antwerpen Pale Ale) en tegenwoordig heet het zelfs Bolleke. Kortom, men doet er alles aan deze prachtige bierstijl te behouden.

Stijliconen: De Koninck APA Bolleke, Special De Ryck, Palm

Eervolle vermelding: Orval

Een Belgische Pale Ale die we apart moeten vermelden. Uniek in zijn soort, voornamelijk vanwege de Brettanomyces gist die het karakter bepaald van dit bier. Het zorgt ervoor dat het bier door de jaren heen veranderd, Brett blijft namelijk jaren actief. Een jonge Orval smaakt hoppig, na verloop van tijd wordt het bruisender, droger met een wilde toets die zich mooi laat omschrijven door funky. 

Dubbel (Bruin)

6.3%-7.6% | 20-35 IBU | 32-72 EBC

Deze bierstijl kenmerkt zich door de kleur: bruin. Daarom wordt het regelmatig ook Belgian Brown of in het Frans Brune genoemd. Volgens sommige bierprofessoren zijn dat verschillende stijlen, maar ik voeg ze samen omdat de overeenkomsten enorm talrijk zijn. De naam dubbel komt van de hoeveelheid mout en stamwort (hoeveelheid aan suikers voor de vergisting).

Westmalle Dubbel wordt gezien als de eerste in zijn soort, gebrouwen sinds 1926 en vormt de referentie voor alle dubbels die daarna zijn verschenen. De kleur kan van donkere mouten komen, maar vooral van donkere kandijsuiker. Het samenspel van mout, kandijsuiker en gist zorgt voor een bier met smaken van karamel, rozijn en abrikoos. De hop (en soms kruiden) zorgen voor een kruidige toets. De afdronk is redelijk droog met een milde hopbitterheid.

Stijliconen: Westmalle Dubbel, Chimay Rood, Affligem Dubbel (gebrouwen met kruiden).

Tripel

7.1%-10.1% | 20-45 IBU | 8-14 EBC

Krachtig en smaakvol, maar ook toegankelijk en gevaarlijk drinkbaar. Dat is een tripel in een notendop. Een zeer aantrekkelijk bier voor nagenoeg elke bierliefhebber.

Een tripel is blond tot goudkleurig met een ruime, dikke schuimkraag. De gist zorgt voor het fruitige karakter, dat onder andere aan banaan en peer doet denken. De zoetigheid en bitterheid is in balans en het hoge koolzuurgehalte maakt het feest compleet.

Het hoge alcoholgehalte wordt bereikt door het toevoegen van suikersiropen. De gist zet die suikers om in onder andere alcohol. Juist de suikersiropen zorgen ervoor dat het bier wel makkelijk drinkbaar en toegankelijk blijft.

De tripel van Westmalle wordt (net als de Dubbel) gezien als de moeder van de bierstijl. De eerste was echter Witkap Pater in 1932, volgens sommige bronnen naar recept van Westmalle. Westmalle volgde in 1934 en verbeterde het recept in 1956. Sindsdien heet het tripel en vormt dit bier de standaard voor de bierstijl. 

Stijliconen: Westmalle Tripel, Gouden Carolus Tripel, Tripel Karmeliet

Lees meer: 

Sterk Blond

7.1%-11.2 | 20-50 IBU | 7-20 EBC 

Krachtig, smaakvol, blond, gevaarlijk drinkbaar, geliefd bij vele bierliefhebbers… Maar geen tripel! Het lijkt er wel heel erg op. Net als bij tripels spelen lichte suikersiropen een belangrijke rol: het zorgt voor een sterk bier met lichte body, dat de drinkbaarheid ten goede komt.

La Chouffe (verkrijgbaar op fles en 2L-vat voor The SUB) is een mooi voorbeeld waarin de grens tussen bierstijlen vaag wordt. Zelf noemen ze het gewoon blond, maar dit kabouterbier lijkt zeker op een tripel. Of proef Malheur 10, een schitterende sterke blonde, die je met gemak onder de tripels kan scharen.

Proef je een Duvel, dan weet je direct het verschil. Droger, lichter van kleur en minder fruitigheid uit de gist in vergelijk tot een tripel. De hop zorgt voor een duidelijk citrusaroma. Duvel ís deze bierstijl, met vele klonen, zoals Hapkin, Judas en St. Feuillien Grand Cru.

Stijliconen: Duvel, Hapkin, Judas, St. Feuillien Grand Cru

Eervolle vermelding: Delirium Tremens

Het bier met de roze olifant, dat is Delirium. Het is zo iconisch, dat het een eigen plekje verdiend. Deze status heeft het mede verkregen door die roze olifantjes op de labels, in combinatie met de ietwat suggestieve naam. Delirium Tremens is de bekendste versie en doet de bierstijl Sterk Blond eer aan, in al zijn facetten. Hoewel, blond, het is eerder goudkleurig, een Golden Ale dus. De geur van banaan en peer doet aan een tripel denken, aangevuld kruidige aroma’s van koriander en kruidnagel. Dit is Belgisch bier in optima forma.

Delirium Tremens is verkrijgbaar op fles, 2L-vat voor The SUB en in een standalone 5L-tapvat.

Sterk Bruin

7.1%-11.2% | 20-50 IBU | 18-70 EBC

Het Belgische antwoord op gerstewijnen (Barley Wine). Donker van kleur, vaak gebrouwen met donkere kandij, net als de dubbel. Vele van deze Belgische sterke donkere bieren kan je zien als een krachtigere versie van de dubbel. Ze zijn ook een stuk complexer, met moutige smaken van karamel, honing, broodkorst, rozijnen en chocola, vaak met een fruitige en kruidige component van de gist, zoals appel, banaan of kruidnagel. Soms worden er nog extra kruiden aan toegevoegd.

Het verschil met gerstewijn is de donkere kandijsuiker, die zorgt voor een lichtere body en betere drinkbaarheid. Desalniettemin blijft er voldoende body over en zijn dit bieren waar je vanzelf rustig de tijd voor neemt.

Stijliconen: Rochefort 8 en Rochefort 10, Gouden Carolus Classic, Chimay Blauw

Eervolle vermelding: Pauwel Kwak (8,4%)

Kwak is nog zo’n voorbeeld van een typisch Belgisch bier dat een aparte vermelding waard is. Het is wereldberoemd om het bijbehorende koetsiersglas. Wat kleur betreft is het meer een Speciale Belge, alle andere eigenschappen gaan richting Sterk Blond en Sterk Bruin. Een soort Sterk Amber dus. De zoetheid en bitterheid is in balans. Je proeft toetsen van karamel en sinaasappelschil, de lichte body (suikersiroop) houdt het drinkbaar.

Quadrupel

9.1%-14.2% | 25-50 IBU | 32-72 EBC

Dit is eigenlijk een Nederlandse bierstijl, want de trappisten van La Trappe introduceerden deze stijlnaam in 1991. Met La Trappe Quadrupel hebben we gelijk het stijlicoon te pakken. Belgische voorbeelden zijn er echter voldoende.

Deze bierstijl kent de nodige overlap met sterk bruin. Volgens sommige bierkenners is het -samen met gerstewijn- allemaal hetzelfde. Voor mij zit het verschil in het moutprofiel, die in een Sterk Bruin prominenter is. Een Quad gaat meer richting gedroogd fruit, zoals rozijnen en dadels, aangevuld met een moutige toets van karamel, maar geen chocola. Toegevoegde suikers (daar zijn ze weer) houden het geheel drinkbaar, hoewel het typisch bieren zijn om rustig van te nippen.

Stijliconen: St. Bernardus Abt 12, Malheur 12, (en vooruit dan maar) La Trappe Quadrupel (uit Nederland dus).

Witbier

4.8%-5.6% | 10-17 IBU | 4-8 EBC

Een verfrissende bierstijl en daarom vooral in de zomer populair. Witbier wordt gebrouwen met gemoute en ongemoute tarwe, korianderzaad en curaçao schillen (een kleine, zure sinaasappel met een bittere schil). Het is daardoor fruitig, kruidig met een kleine verfrissende zure toets en een milde tot zeer milde bitterheid in de afdronk.

Witbier is per definitie ongefilterd en daarom troebel. Bij het uitschenkel laat je ongeveer een centimeter in het flesje. Daarmee kwispel je het gistdepot los en schenk je het laatste beetje bier in je glas, met een troebel bier als resultaat.

Witbier is heel licht van kleur, maar niet letterlijk wit. De meest geaccepteerde theorie is dat de naam witbier afkomstig is van het Duitse weissbier, wat een verbastering is van weizenbier. Weizen betekent tarwe, precies de belangrijkste grondstof van witbier (en weizen). Tarwebieren dus.

Stijliconen: St. Bernardus Wit, Blanche de Namur

Saison

4.4%-6.8% | 20-38 IBU | 8-14 EBC

Een bierstijl die die zijn oorsprong kent in de Waalse provincie Henegouwen. Volgens de overlevering werd het gebrouwen op boerderijen voor de landarbeiders, daarom noemt men het in het Engels Farmhouse Ale. Men brouwde het in de winter (vanwege het ontbreken van koeltechnieken was dat sowieso gebruikelijk) en dronk het als dorstlesser in de zomermaanden. Een seizoensbier dus, in het Frans ‘saison’.

Een typische saison is bruisend en droog. De gist zorgt voor de typische fruitige en kruidige smaken, de hoge vergistingsgraad voor het droge karakter. Dat wil zeggen dat de meeste suikers zijn vergist, droog is dus het tegenovergestelde van zoet. Dit geheel wordt vaak afgetopt met aromatische hopgeuren. De afdronk kan door het droge karakter behoorlijk bitter overkomen. Eigenschappen die het een zeer geschikt aperitief-bier maken.

Stijliconen: Saison Dupont, St. Feuillien Saison

Lees meer: 

Zure bieren uit België

Niet alle Belgische bieren zijn bovengistend, bieren van spontane of gemengde gisting zijn namelijk ook typisch Belgisch. Deze vorm van vergisting maakt dat ze allemaal minimaal een zure toets hebben, de mate hangt onder andere af van de brouwmethode en gebruikte toevoegingen. 

Vlaams Rood en Vlaams (Oud) Bruin

4.8%-6.6% | 5-18 IBU | 24-50 EBC

Dit zijn twee Vlaamse bierstijlen die vaak in één adem worden genoemd. Beiden ondergaan een vergisting met melkzuur, wat voor een zekere rinsheid zorgt dat zurig aandoet. Het resultaat is een zoet-zurig bier.

Het grote verschil zit hem in de houtrijping, welke bij Vlaams Bruin niet of nauwelijks wordt toegepast, bij Vlaams Rood is het onmisbaar. De laatste ondergaat een lange rijping in houten vaten, waarna bieren van verschillende leeftijden uit de vaten worden “versneden”: vermengt om tot een optimaal resultaat te komen. In de houten vaten treedt ook een azijnzuur vergisting op, naast allerlei andere vergistingsvormen, waarvan Brettanomyces de bekendste is. Door deze houtrijping is Vlaams Rood complexer, Vlaams Bruin is milder en zoeter.

Overigens bestaat er ook nog Nederlands Oud Bruin, dat is laag-alcoholisch, aangezoet en ondergistend. Kortom: totaal anders. 

Stijliconen: Rodenbach Classic en Rodenbach Grand Cru (Vlaams Rood), Liefmans Goudenband (Vlaams Bruin)

Lambiek en Geuze

5.0%-8.9% | 9-23 IBU | 12-80 EBC

Nu wordt het echt traditioneel Belgisch. Dit zijn de oudste en misschien wel meest complexe biertypen, afkomstig uit de Zenne-vallei, grofweg het gebied ten zuidwesten van Brussel.

Lambiek is een tarwebier (zoals witbier en weizen) met 30-40% ongemoute tarwe van spontane vergisting. Het wordt gebrouwen met overjarige hop, omdat oude hop weinig bitterstoffen afgeeft, maar wel antibacterieel werkt.

Na het koken van de wort pompt men de suikerrijke vloeistof in een koelschip, een enorm, ondiep bad in de brouwerij. Men zet dan de ramen of luiken open van de ruimte waar het koelschip zich in bevind, zodat wilde gisten en bacteriën uit de lucht en de ruimte zelf in de wort terecht komen. Deze brengen dan de gisting op gang, waarna het wort in houten tonnen wordt gepompt. Ook deze tonnen hebben elk hun eigen gist- en bacterieflora. In 1 tot 3 jaar ondergaat het bier allerlei vergistingsfasen, met een complex, zurig tot diep zuur bier als resultaat.

De meeste van deze lambieken eindigen in Geuze: een blend van verschillende lambieken. Dit blenden, of vermengen, noemen we steken. Dit is een ware kunst, de geuzesteker kiest uit diverse vaten lambiek van verschillende leeftijden om een optimale blend te komen.

Er zijn geuzestekers die zelf geen bier brouwen, maar alleen lambiekwort of lambiek kopen om te blenden. Geuzesteken is een dusdanig gerespecteerde kunst, dat er op geen enkele manier neerbuigend wordt gekeken op deze werkwijze.

Stijliconen: Boon Oude Geuze, Oud Beersel Oude Geuze 

 

Lees meer:

Kriek, frambozenbier en andere Belgische fruitbieren

5.0%-8.9% | 9-21 IBU | Kleur is afhankelijk van het gebruikte fruit.

Het bekendste fruitbier uit België is kriek-lambiek, met een geuze of lambiek als basis, waar krieken (kleine kersen) aan worden toegevoegd. Daarna kan het worden aangezoet, met een behoorlijk zoet, cassis-achtig bier met een zure ondertoon.

Oude kriek is een variant die niet wordt aangezoet en nagist op de fles. Het resultaat is allerminst zoet en -vanwege de houtrijping- behoorlijk complex van smaak.

Kersen worden ook toegevoegd aan Vlaams Bruin, zoals in Liefmans Kriek Brut.

Het blijft niet bij kersen, frambozen zijn ook mooie vruchten om een zeer fruitig bier mee te maken, zoals Oud Beersel Framboise. Lindemans heeft daarnaast nog een lambiek met perziksap en een versie met appelsap

Stijliconen: Boon Kriek en Oude Kriek, Mort Subite Kriek Lambic